24-01-12
HUMAAN MANAGEMENT
Humaan management en die ouwe koppige communist en vrijdenker, Nikos K.!
![Herschaalde kopie van 288_o_nikos_kazantzakis[1].jpg](http://static.skynetblogs.be/media/144444/1138918855.jpg)
“Δεν ελπίζω τίποτα. Δε φοβούμαι τίποτα. Είμαι λέφθερος.” (“Ik hoop niets. Ik vrees niets. Ik ben vrij.” Nikos Kazantzakis.)
Je hebt gedurende een mensenleven heel wat boeiende en minder boeiende ontmoetingen. Mensen en situaties kruisen ongevraagd en soms wel eens ongewild je pad. Sommigen laten een duidelijk spoor na , spoken nog wel eens rond in je geest en tijdens een woelige nacht na teveel oude kaas en belegen wijn (of andersom!) willen ze zelfs je nachtrust verstoren. Nu, een wijze zei ooit eens dat een gemiddelde man met slechts één opleiding, één carrière, één vrouwtje, 2 kindertjes en één vriendenkring algauw zo’n 5000 mensen leert kennen tijdens zijn aardse bestaan. De moderne man of vrouw daarentegen, met verschillende opleidingen, om de tien jaar een andere job, ettelijke relaties en huwelijken en geproefd van even zoveel hobby’s en reisbestemmingen komt toch heel gemakkelijk aan het dubbele; 10.000 dus. Welnu, als er zo gaandeweg en onderweg enkele wegvallen, een paar voor jouw part kunnen doodvallen of oplossen in het fijn stof van de grootstad dan hoef je daar echt niet van wakker te liggen. Who cares? Of toch! Want, aangezien we weliswaar allemaal gelijk, in onzen bloten, worden geboren zien de enen aan hun wiegje een papa in een overall, sommigen een papa in een uniform terwijl de gelukkigen er eentje in een maatpak krijgen toebedeeld. Er zal dan heel vlug worden vastgesteld wie er later de touwtjes in handen heeft en wie er noodgedwongen vooral moet luisteren en gehoorzamen. Knechten en bazen dus, maar daar toch niet altijd voor in de wieg gelegd! Ook daar, bazen dus, mogen er gerust wel enkele van worden onthouden of … vergeten!
Zo had ik eind de jaren zeventig een ‘paddy’ als baas. De brave, en het was een zeer brave man was ergens rond Kerstmis geboren op het smaragdgroene eiland, Eire, vandaar zijn voornaam Noël! Hij was als ‘bombardeer crew member’ bezig geweest tijdens de helse bombardementen op de Duitse steden tijdens WOII. Hij had dus met dodelijke precisie de ladingen gelost die dood en vernieling zaaiden in Dresden en Düren. Zo nu en dan als wij, jong militanten, weeral tijdens één of andere syndicale bijeenkomst het hadden over ons grote gelijk, democratie en vrijheid gooide hij boos op de tafel van de ondernemingsraad of het VGV: “Lads, I bombed nazi Germany for your fucking freedom and democracy”! We werden even heel stil van zoveel strijdlustigheid maar al bij al was het een doodbrave man die ooit een duidelijk straalbezopen bediende discreet naar huis liet voeren omdat hij volgens hem een beetje ‘onwel’ was geworden! We wisten ook dat ten huize Noël Johnston zijn, je gelooft het nooit, Duitse roodharige vrouw de plak zwaaide. Ze was als bazin in de passagiersafdeling van dat ferrybedrijf een geduchte ijzeren tante en het duurde niet lang vooraleer we aan haar echte voornaam Eva de verzonnen achternaam Braun hadden toegevoegd. Maar, dat zei je nooit als ze erbij was! Twee bazen dus! Twee verschillende managers en daarenboven nog een echtpaar ook maar terwijl Noël op zijn manier heel humaan bezig was met ons ‘stuurlui aan wal’ keken de hostesjes met natte ogen hoe Eva zich ontfermde over een ganse menagerie diertjes die door de strenge quarantainewetten in de UK door hun eigenaars op het continent waren achtergelaten. ‘k Vergeet ook nooit hoe we met zijn allen en de dames met nog meer tranen in de ogen toekeken hoe Diana aan de hand van die grijze muis Charles, lady Di werd. Zelfs Eva (Braun) pinkte toen een traantje weg.
Nu, mister Johnston of Noël die we zelfs al was hij erbij, steevast papa noemden haalde nauwelijks zijn welverdiende pensioen, hij had ondertussen van de Queen terecht een OBE ontvangen, en hij stierf aan die vreselijke ziekte die ook de braven treft. Het kleine kerkje aan de strandwijk van Zeebrugge zat barstensvol en daar zaten er ook wel een paar te grienen die daar eigenlijk nooit kwamen. Er vloeide nadien heel wat water naar diezelfde zee die Noël als manager van ‘zijn’ ferrymaatschappij zo graag vulde met ‘zijn’ bootjes naar de overkant en de zelfverklaarde zonen of dochters van papa Johnston zwermden uit. Waarom dit nostalgisch biografisch en nogal zeemzoeterig verhaaltje? Management toen en nu! Ik sta er zo nu en dan en vooral in een zwak hedendaags moment graag nog wel eens bij stil.

Een tijdje nadat de vertrouwde rood witte schepen van Townsend Thoresen en vooral na die pijnlijke scheepsramp (Herald of Free Enterprise!) versneld blauw wit P&O werden ging ik plots zelf als kleine manager het geluk, avontuur en de carrière verder zetten bij een concurrerende ferrymaatschappij onder de algemene leiding van een (scuba)duikmaat. De flamboyante kerel in maatpak, de general manager dus, noteerde vlijtig alles wat hij wilde weten over de Zeebrugse haven, zijn gebruiken en zijn bewoners, perste me, freight and operational manager (“What’s in a name”?), uit als een citroen en gooide nadien de schillen in de compostbak. ‘Met familie en goeie vrienden ga je lekker wandelen maar heel slecht handelen’ wist ik toen nog niet maar nu, anno 2011, pijnlijk genoeg wel! Het manager zijn (vroeger noemde men hem gewoonweg ‘de baas’ of naar analogie in de haven met de scheepvaart, ‘den ouwen’!) ging eind de jaren negentig steeds zuurder, onmenselijker en vooral onmeedogenlozer worden. Zijn uiterlijke verpakking en zijn sterk aangedikte CV werden echter steeds beter en als je als CEO tot manager van het jaar werd benoemd dan betekende dit het jaar daarop soms wel eens het einde van jouw bedrijf, het bankroet van de aandeelhouders en een stevige oprotpremie voor jezelf. Humaan zijn dat is iets voor de anderen of als het echt niet anders kan, een toevallig gespreksthema voor in de ‘natte’ kamer, de serviceclub of op het jacht in Cannes.
Ik sneed vervolgens virtueel mijn leven in ongeveer gelijke plakjes van tien jaar en daar werd dan steevast een voor mij heel belangrijke humane figuur op vastgepind die bij mij de meest positieve indruk had nagelaten. (De Rode Ridder, kruisvaarder, kun je nu eenmaal niet je hele leven als rolmodel gebruiken!) Die ‘Mens’ dus was, buiten Noël, zelden een manager. Nostalgie? Niet echt, maar als je er 10.000 hebt om uit te kiezen moet je toch ergens een selectie maken! Die dorpspastoor die ondanks de vreselijke ziekte die hij voor iedereen verborgen hield met heel veel inzet en zonder dat er slachtoffers vielen kinderen klaarstoomde voor wat toen in de Kerk belangrijk was. Die pater schooldirecteur die iedereen bij de voornaam kende en aansprak ook al had hij bijna 1000 leerlingen in zijn bestand. Die luitenant - kolonel die precies wist hoe hij die grasgroene piepjonge luitenant, en dat met de zachte hand, op het recht pad kon houden. Uiteraard papa Noël die mij voor hij terugging naar de eeuwige groene weiden van Eire, als laatste wijsheid meegaf: “Make sure, lad, you keep your nose clean!” Ik zocht een propere zakdoek maar dat was niet echt wat hij bedoelde! De plakken waren netjes gesneden en de eretitels verdeeld want toen idolen, heiligen, steunpilaren, voorbeeldfiguren eind de twintigste eeuw plots aanspreekpunten, opvangteams en zwaar gediplomeerde human resource managers werden zat ik plots zonder. Ik zat zonder gepaste figuren om bovenop mijn volgende stukjes taart, die plakken van 10 jaar existeren, te zetten. Ik moest het noodgedwongen terug doen met ‘managers’!
Aan nieuwe kandidaten, daar ontbrak het er echt niet aan. Toen ik heel doelbewust en eigenlijk ook een beetje moedeloos geworden koos om voortaan onderaan de ladder, een flink stuk voor het podium, uit de schijnwerpers en achter de doellijn te gaan staan, te observeren dus, had ik nooit zoveel keuze uit een ruim aanbod van leiders, chefs, directeurs en managers van alle geslachten en geaardheden. Ik stapte op haar toe met een stevige handdruk en een hondstrouwe blik naar haar niet echt netjes bijgewerkte pony en kreeg een slijm slap handje en een ijskoud gezicht dat ergens iets ging zoeken heel ver weg in het oneindige, het ‘horror vacui’, achter en boven mijn rug. Ik zocht bij iemand anders die het voor het zeggen had een boeiend aanknopingspunt, een gedeelde passie of een kleine afleiding op de werkvloer en diezelfde leidinggevende die mijn pad gedurende een levensplak van 10 jaar dagelijks kruiste antwoordde pas nadat ze, ongegeneerd en heel opvallend mijn naam had gelezen op mijn versleten badge. Een warme sjerp was plots een politiek statement, een ambtenaar onwaardig en een onfeilbaar, onbuigzaam reglement de geboden van de nieuwe Oppermeester van het heelal met zusters en broeders die er samen met die anderen en hun heilige boeken richting ‘Oost’ voor knielden. Net zoals voor Antigone niet makkelijk om te kiezen tussen wat de mens netjes in handige regeltjes giet en wat daartegenover echt menselijk aanvoelt vond ik er weinigen, die er nochtans royaal voor betaald werden, toch de juiste keuze maakten. De zoektocht naar humaan en vooral standvastig humaan management werd bijna even zinloos als de queeste naar de ‘Holy Grail; even onmogelijk en even onbestaand dus.
Ook het taalgebruik was niet echt meer wat het was. Er werd niet meer gebabbeld of gekletst maar wel gecommuniceerd. ‘Communiceren! Communie! Ik dacht per abuis en nogal verward; neem ik nu die bittere communiehostie met de hand of gaat die op mijn tong. Wat ze wilden doen, beslissen en veranderen werd een ‘Strategisch Plan’, een ‘Missie’, een ‘Visie’ en daar werd vooral heel lang over gebrainstormd. (Ik had voorheen in Zeebrugge vreselijke woeste stormen tot zelfs windkracht 11 doorstaan maar mijn brein zat nog precies waar het hoorde!) Ik ging een beetje naïef vrijwillig deel gaan uitmaken van een denktank! Denken! Een tank! In de bossen van Arlon was me geleerd hoe ik een Sovjet tank en bemanning naar de verdoemenis moest helpen en diep nadenken was daar niet echt bij geweest! Nu, als ik als kleine voetsoldaat eventjes kon bijdragen tot wat meer humaan management; waarom niet! Of de wind van voren en de stoten van achteren of, juist andersom zouden komen werd wel vlug duidelijk.
Damn it boss, I like you too much not to say it. You've got everything except one thing: madness! A man needs a little madness, or else...
Or else? ...he never dares cut the rope and be free. (Nikos Kazantzakis, Alexis Zorba)
‘Mea culpa!’ Zelf had ik ook wel eens schuld aan wat me overkwam. Een goed bedoelde verwittigende enkeling noemde me een provocerende podiumspringer terwijl een ander me daarentegen reduceerde tot het bedenkelijke formaat van een luis. Een luis in de pels van de beer weliswaar. ‘Le conflit des idées fait jaillier le feu de l’esprit’ was voordat ik Abraham tegenkwam en tegen beter weten in nog een tijdje mijn strijdvaardig motto. Zowel in de Rode Zee, de Stille Oceaan of in Caraïbische wateren had ik dikwijls tegenstroom en met persluchtflessen op de rug hardnekkig en hopeloos geprobeerd tegenstroom te zwemmen. ‘k Had het dus kunnen weten dat het resultaat dikwijls nogal bedenkelijk was maar met die oude Chinese wijsheid : ‘Die tegenstroom zwemt vindt meestal de bron!’ Of sterker nog dat het enkel dode vissen zijn die met de stroom meedrijven, bleef ik maar opnieuw en hardnekkig opnieuw proberen. Een beetje zelfkwelling is me echt niet vreemd! Sterker nog; ‘Cedo Nulli’ schreef Erasmus maar ook hij en zijn koppigheid moesten ook wel eens hun meerdere erkennen. Bazen en knechten!
Jawel die het tegenwoordig voor het zeggen heeft had nooit zoveel werktuigen of beter, ‘tools’ in zijn laptop zitten en was academisch nooit zo goed opgeleid, geworkshopt en welbespraakt als voorheen. Er zijn ontwikkelcirkels, mentoren, werkgroepen, gedelegeerden, overlegorganen, assessments en infosessies en toch…! Ik had ook lang voorheen en onder andere managers al een stuk of wat kartonnen dozen gevuld met dikke cursussen zoals ‘It pays to care’, ‘Management training’ en ‘Agression on the workfloor ‘. Ze waren uiteraard en dat hoorde toen ook zo in het post Noël Engels bedrijf met vestiging in België (P&O), in de taal van Shakespeare. Ik knoopte ook toen een dik stuk touw rond de stapels papier, sleepte het pak naar de papierophaling en dacht eventjes heel emotioneel, William S. indachtig : ‘For never was a story of more woe…. than this of Juliet and her Romeo.’ Inderdaad, veel mooie verhaaltjes, ambitieuze cursussen en grote management theorieën eindigden nogal ‘woe’. Ik merkte het echter zelden meteen en het was pas wanneer ik eventjes op zoek ging naar dat klein beetje extra, een zijsprongetje op een star reglement of het subcriterium humaan management dat de waarde van de inspanning me plots duidelijk werd. ( On a deaf man's door, you can knock forever!, Nikos Kazantzakis, Alexis Zorba)
Zoals de wijsgeer en cynicus Diogenes van Sinope met domicilie in een Atheense ton, die ooit de grote veldheer Alexander eventjes opzij liet stappen omdat hij nogal hinderlijk hem het genot van de warme zonnestralen belette, ging ik in de meeste bedrijven waar ik terecht kwam meermaals op het middaguur met een brandende lamp op zoek naar …. Een Mens! Jammer, na Noël Johnston, kolonel SBH Donckers en frère directeur SFX ben ik er nadien nog zelden tegen het lijf gelopen tussen die hooggeplaatste heren, dames, directeurs en managers. Ik blijf echter voorzichtig, heel vaag en vooral onopvallend verder zoeken want verwittigd door wijlen papa Johnston : “Keep your nose clean, lad!” want misschien is zelfs een beetje afstand houden en verder toekijken nog zo slecht niet! (You think too much.That is your trouble.Clever people and grocers, they weigh everything. Nikos Kazantzakis, Alexis Zorba)
Ergens tussen Kerst en Ouwe jaar in 2011, (En… het is nogal donker buiten en vooral binnen in mijn hoofd!)
Michel ACKAERT
èn een beetje madness :
http://www.youtube.com/watch?v=cunGeXRMFCU&feature=related
09:06
Gepost door michel ackaert
in Actualiteit, Algemeen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: humaan, management, baas, knecht, p&o, begrip, nikos kazantzakis, schipbreuk, noel, scheepvaart, zeebrugge |
Facebook
|
07-12-11
Er was eens, niet zo lang geleden!
…… I said: “Wait, my name is…” “Awe shut up.” Well, I sure was in a fix. The sergeant put me in a cell, then he went home for the night; I said: “Come back here, you so and so; I ain’t bein’ treated right.”….. (Starkville City Jail, Johnny Cash)
Er was eens, niet zo lang geleden!

In een land hier niet zo ver vandaan leefden twee stammen die het niet zo goed met elkaar konden vinden. Geen hutu of tutsi (Ruanda) geen roundhead of boldhead (Gullivers travels), geen pashtun of hazara (Afghanistan) maar wel heel gewoontjes de donkere en de bleekblauwe.
De ene stam leefde hoofdzakelijk ‘binnen’, de bleekblauwe dus, terwijl de andere stam, je raadt het al, de donkerblauwe, vooral ‘buiten’ aanwezig was. En toch gebeurde het wel eens dat die van ‘binnen’ met zijn allen en heel boos, behalve die ene enkeling, naar ‘buiten’ gingen. En, dat die van ‘buiten’ zeer tegen hun zin en ook wel een beetje boos naar ‘binnen’ moesten. Zoals ik al vertelde is er altijd wel die enkeling die het net anders doet, tegenstroom zwemt of gewoonweg doet waar hij zin in heeft. Precies over zo’n enkeling gaat dit sprookje nu precies.
Toch ook goed om te weten wie er in dit vertelseltje de goeien en de slechten zijn moet daar nog eventjes iets extra bij worden verteld.
Als die van ‘buiten’, de donkerblauwe, naar ‘binnen’ moesten dan was het meestal net die enkeling en nog een paar zonderlingen die er net zo over dachten, bleekblauwe dus, die ervoor zorgden dat ze, de donkerblauwe, hartelijk, ja zelfs vorstelijk werden ontvangen. Die donkerblauwe legden dan hun vermoeide zwaar gelaarsde voetjes op een bankje of een tafeltje. Ze leunden gemakkelijk en geeuwend achterover in de verlaten zeteltjes van de bleekblauwe en lazen gezellig de achtergelaten krantjes. Ze sloegen elkaar gierend en brullend op de billen terwijl ze mannenboekskes en leuke filmpjes uitwisselden. Die paar achtergebleven bleekblauwe zeulden dan onvermoeid met verse koffie, bakten stevige biefstukjes seignant of medium en deelden zoeternijen uit. Kwam daar soms wel eens een ‘witten’ toe, want ook die, baasjes dus, heb je zowel bij de bleke als bij de donkerblauwe, dan was de sfeer bijna feestelijk te noemen. Kortom, het was daarbinnen nog zo slecht niet! Maar zoals dat meestal gaat in sprookjes is daar plots een boze stiefmoeder heks, een vuurspuwende draak of een tovenaar die als een dief in de nacht het liefelijke prentje binnensluipt!
Op een dag, het was een zaterdag, toen de blaadjes in parkjes en tuintjes in allerlei kleurtjes langzaamaan van de takjes dwarrelden was daar plots die snoodaard die je nu eenmaal hebben moet om een leuk sprookje te vertellen. Die stouterik, een bleekblauwe, lag als Den Vos Reinaerde op de loer en stal het tasje van een stamgenoot ‘binnen’! In het buideltje, netjes bijeengehouden door een gemslederen koordje, zaten 50 gouden piasters, 20 drankbonnetjes voor de zeepbellenblazenwedstrijd, een lidkaartje van de waterpijprokersclub en enkele keurig neergeschreven rijmpjes van één of andere profeet uit een lang vervlogen tijd over de schone Scheherezade. Ook ergens onderin lagen enkele roze snoepjes die lang maken wat kort en stevig wat slap is, maar dat zeg je niet zomaar in een sprookje! Alles dus weg, gestolen en onvindbaar!
Die bleekblauwe zonder zijn tasje van ‘binnen’ moest nu voor eventjes, want zo schrijft de Wet in dat land het voor, naar die donkerblauwe van ‘buiten’ die nu eigenlijk ook ergens ‘binnen’ zat. Het gesprek ‘binnen’ met die van ‘buiten’ over die vuile dief van ‘binnen’ door die van ‘binnen’ leek niet echt te vlotten! ‘Binnen’, buiten, bleekblauw, donkerblauw! Kun je nog volgen, of zet ik er een leuk tekeningetje bij?
Het werd echter allemaal voor éénieder die het later lezen wil netjes ingetokkeld in het grote dikke Sprookjesboek met het helverlichte venstertje. Ik lees, alhoewel dat eigenlijk niet mag van de ‘Wet’ daar eventjes een stukje uit voor! Omdat het niet altijd zo gemakkelijk is om bleek van donkerblauw te onderscheiden en ook omdat mijn blauwe verfpotjes leeg zijn spreekt die van ‘binnen’ in het zwart en die van ‘buiten’ in het rood.
‘In het jaar van de Hoogste Oppermeester Tovenaar, onder het alziende oog van gezellen, leerlingen, leermeesters en hofnarren werd opgetekend door eerst aanwezend bijziende alwetende donkerblauwen genaamd ….. en in het bijzijn van….’:
“Mijnheer, de donkerblauwe, je kent me wel van verleden jaar toen wij samen binnen ….. Zonet is mij het volgende ‘binnen’ overkomen. Toen ik deze namiddag ……”
“Naam, adres, geboortedatum en plaats van het gebeuren”!
“Welnu toen ik dus deze namiddag om vijf …..”
“Dat adres! In deze Stede?”
“Dus zoals ik al zei, aangezien het ‘binnen’ is gebeurd denk ik dat het bijna zeker een bleekblauwe, een stamgenoot dus, die …..”
“Heu, er zit daar geen enen goeie tussen jullie, bleekblauwe daar ‘binnen’”!
“Wablieft, mijnheer de donkerblauwe, mag ik misschien zeggen dat ikzelve…?”
“Je hoorde toch goed wat ik vertelde. Ik zeg het je tenminste in je gezicht! Heb je tenminste ook toevallig nog een pasfoto mee?”
“Jawel, mijnheer de bleekblauwe, zelfs drie, alstublieft! Maar hoe zit dat nu met al die papiertjes en kaartjes?”
“Eén foto volstaat en… rustig ,ik vertel je wel zo meteen als ik straks met alles klaar ben hoe dat nu zit”!
“Mijnheer de donkerblauwe, ben ik vanaf nu en met jouw afgestempelde papiertjes met mijn fotootje in orde als ik toevallig er eentje van jullie op straat tegenkom die mijn pedaalmachientje wil controleren?”
“Jawel, maar denk nu maar niet dat je zomaar volgende week naar Spanje kunt vliegen; vergeet het maar!”
(Nu peinst en droomt die bleekblauwe man eventjes van zijn internationaal reisboekje, veilig thuis en met de veelkleurige stempeltjes van het land van de ceder, de stad van de profeet, de straatjes van de apostel en de palmpjes in de tuin van de ziener. Spanje dat is voor veel later als hij nog grijzer en vooral wijzer is dan vandaag!)
“Mijnheer, de donkerblauwe, mag ik nu ook nog eventjes nalezen wat jij daar allemaal in je lichtbakje hebt gestopt en of het verhaaltje eindigt met een leuk zinnetje of versje?”
“Néééééén, dat zijn eigenlijk jouw zaken niet en enkel een nummertje kun je krijgen”!
“Zelfs niet eventjes leuk voorlezen alstublieft”?
“Neeeen, en gaan die bleekblauwe nu omdat ze dat zo sneu vinden van jouw tasje allemaal tegelijk en solidair naar ‘buiten’ zodat wij weeral …..”?
De bleekblauwe man vouwt bijna onmerkbaar bevend alle papiertjes samen en stopt ze nauwgezet in de binnenzak van zijn bezweet en gekreukt uniformjasje. Je weet maar nooit want ook hier ‘binnen’, misschien….
De koude nacht is ondertussen gevallen over de stad. De planeet Jupiter fonkelt tussen de sterretjes en de rijbaan glinstert van de eerste najaars nattigheid. De bleekblauwe man huivert en trappelt met tegenzin langsheen drukbeklante verwarmde terrasjes naar huis en naar een koud geworden maaltje. Eventjes binnenwippen voor een kroes schuimend en troostend gerstenat kan nu niet want met die bundel papiertjes ipv van een beurs vol piasters ziet de waard je niet graag komen.
Plots en net op het nippertje ontweken komt daar vanachter het hoekje een roze varkentje (geen bleek en ook geen donkerblauw!) met een lange snuit en het vertelseltje is uit. Of niet ….
Michel ACKAERT, November 2011
Nvdr. Alle gelijkenissen met echt gebeurde dingetjes, echte plaatsen en echte personen is louter toevallig tenzij je net zoals Assepoester het schoentje witl passen alvorens het aan te trekken. Maar… dat is een heel ander sprookje!
08:36
Gepost door michel ackaert
in Actualiteit, Algemeen, Vrije tijd |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: politie, cipier, gevangenis, diefstal, brutaliteit, sprookje, dief, collega, directie |
Facebook
|
20-10-11
CAVE CANEM
CAVE CANEM
(uit lat.: ‘Pas op voor de hond’!, Romeinse Rijk, Pompeii)

Volgens een stadslegende, ‘urban mythology’ voor de echte, ging een Australiër ooit op wereldreis. Het is, en dat zouden er meer van ons ook wel eens moeten doen, zo’n beetje een ingeburgerd gebruik dat een adolescent van ‘Down Under’ na het beëindigen van zijn of haar studies er eventjes voor een jaartje tussenuit trekt; richting Europa bijvoorbeeld. Ze bekostigen dit vooral door onderweg te gaan werken in de horeca en meer in het bijzonder in het soort logementen waar ze elkaar tegenkomen en er goedkoop kunnen eten en logeren. In Irish Pubs, YMCA’s en backpacker hotelletjes zul ze je wel al eens hebben bediend in hun herkenbaar Ozzie Engels. Welnu die welbepaalde man kwam na een jaar lang rondtrekken, opwindende avonturen en wilde verhalen terug in zijn geboortestadje ergens in ‘The Outback’. Hij opende de plaatselijke krant in de hoop terug een beetje up to date te zijn met zijn stadsgenoten en vond vooraan op de titelpagina het enige en boeiende verhaal van die week dat een hond zijn baas had gebeten of was het andersom? ‘Man bijt hond’ werd van toen af het symbool van flauw nietszeggend nieuws met een hoog soapgehalte. Het fenomeen Soap is niet voor niks een Australische uitvinding!
Eind september en ergens halverwege de ochtend, want dan zijn de meeste jong gepensioneerden nog hun krantje aan het lezen, word ik opgebeld door een lieve, ik vermoed, jonge dame. “Mijnheer, wij zijn van Man bijt hond en wij hebben vernomen dat jij nog in de Sahara hebt geslapen met de Touaregs! Of jij misschien bereid bent om daar over bevraagd te worden?”
Nu, het gebeurt me de laatste tijd wel al eens dat ik vergeten ben waar ik mijn geliefde zwemslip heb gelaten of wie nu eigenlijk de hoofdrol speelde in die laatste nieuwe van Almodovar, dus een beetje vervelend geheugenverlies is me niet vreemd. Maar, of ik al dan niet de tent en het bed heb gedeeld met die blauwe mannen en vrouwen van de Sahara zou ik diep denkelijk wel nog weten. Wat ik seksueel zoal plezant vind en over fantaseer laat ik aan diegene die er direct bij betrokken is maar HET doen met mannen en vrouwen die dagenlang op stinkende beesten doorheen een eindeloze stoffige zandhoop rijden zonder Bodysol, douche en fris ondergoed is niet echt mijn ding. De jongedame had het eigenlijk gewoonweg over ‘verblijven bij’ en dat misverstand was dus meteen opgelost.
Die Sahara dan! “Welnu, daar was ik nooit geweest, mevrouw! Waar ze in godsnaam deze foute informatie vandaan haalden bij Man bijt hond?” De dame had het ergens gelezen op één of andere publicatie van mezelf op het Net. Ik heb al jaren mijn bedenkingen over de correctheid van informatie op het Net en vervolgens wat men er mee aanvangt maar dat zal één ieder die ooit een sprookjesachtig hotel boekte via een heel overtuigende website zonder fout kunnen bevestigen als hij tenslotte bij aankomst bij de aap blijkt te logeren. Nu niet bij de apen, niet bij de Touaregs en zeker niet in de Sahara maar wel in de tenten van de Huweitat in Wadi Rum was ik wel tot tweemaal toe dan wel degelijk geweest. Dat ze er zo maar eventjes enkele duizenden kilometer en een continent naast zat moet haar supervisor maar zelf uitvissen. Er was dus een item gepland over Touaregs en de Sahara en dat ging bij dezer dus niet door; althans niet met mij!
Ze veranderde het geweer plots van schouder of misschien wilde ze alsnog de meubels en het telefoongesprek redden. “Mijnheer, ik heb ook gelezen dat jij een nogal boeiend leven achter de rug hebt”! Ik voelde me plots op de eerste rij op mijn eigen begrafenis terwijl iemand daar vooraan bij de tonen van mijn geliefde nummer ‘Bar Tropical’ van Johan een samenvatting geeft over mijn jobs, reizen, relaties, nakomelingen en duikavonturen. Ik kreeg het dus eventjes koud en probeerde haar te overtuigen dat wat een ander zo nodig boeiend vindt wat mij betreft niet zo wereldschokkend en voor publicatie geschikt is. Ik probeerde ook eventjes met mijn geboortedatum, mijn plannen voor de toekomst en de job die ik nog steeds uitoefen diets te maken dat mijn boeiende leven nog best wel een tijdje mag doorgaan. Ze leek niet te vermurwen en stelde voor om via mail eventjes enkele proeffilmpjes te bekijken. Of ik ook ondertussen bij ma en pa eventjes wilde navraag doen naar oude baby, kleuter en scholierfotootje uit de tijd van toen. “Ze doet maar en ik zie wel” dacht ik terwijl ik vriendelijk een einde maakte aan het gesprek!
Nog geen dag later verschijnt plots een mailtje in mijn IN box! De juffrouw, ik vermoed dat het een juffrouw is, herhaalt heel lief en zelfs een beetje slijmerig wat de bedoeling is van het item. Dat Touareg verhaal laten we dus blauw blauw en wat die tussen de tapijten en onder duizenden sterren in de Sahara met elkaar doen komt niet meer ter mail. Ik krijg twee filmpjes die niet, als ik dat al zou willen, mogen gebruikt worden voor publicatie. Het eerste gaat over een oude heer die inderdaad van geboorte tot …. zijn levensverhaal vertelt. Hij is nog van voor ‘Den Oorlog’, raakte verliefd op het buurmeisje, moest naar ‘Den Troep’ en trouwde direct erna. Hij verdiende jarenlang de kost als pompier, wist eerst beter overweg met zijn blusslang dan met zijn andere slang en de vier dochters kwamen er zonder voorlichting en vuile boekskes. Hij ging tenslotte in pensioen, verzamelt zowat alles wat je kunt verzamelen maar het noodlot sloeg toe en zijn vrouwtje moest na een hersenbloeding noodgedwongen naar het rusthuis alwaar hij iedere dag voor een paar uurtjes heen gaat en haar gezelschap houdt. Het precies drie minuten durende filmpje toont beelden van baby op het schapenvelletje, jonge vent in de BSD, spuitgast in de kazerne, vier volslanke dochters tot tenslotte opa en oma gezellig in het rusthuis. Ik verpink een traan en klik het volgende filmpje aan.
Het volgende filmpje: meer mijn ding en al wat meer avontuurlijker! Min of meer dezelfde geboortedatum maar nu een man die zijn wereld echt leerde kennen! Fiere gendarme op de moto! Nog meer fiere gendarme in formatie op meerdere moto’s en met enkele collega’s acrobatisch op stuur, achterzitje en op zijn schouders tijdens één of ander militair defilé. Hoogtepunt voor deze pakkeman was plots zijn selectie als persoonlijke chauffeur van de trieste koning Boudewijn. Vanaf dan geen moto’s meer maar aan het stuur van een chique slee met op de achterbank schaapachtig een monarch die het eigenlijk duidelijk niet echt wilde zijn. “Alles, mevrouw, alles heb ik meegemaakt van onze koning! Ik was de eerste die wist dat hij ging trouwen! Ik was de enige die hij persoonlijke intieme zaken toevertrouwde.”(ik moet eventjes denken aan die pompier met zijn slang uit dat vorige filmpje!) Aan het einde wordt het echt melodramatisch als hij met tranen in de ogen vertelt hoe hij zich voelde bij het overlijden van Sint Boudewijn! Weeral is een gans mensenleven vertelt in slechts 3 minuten. Ik denk eventjes goed na en met wat ik gisteren besprak met Valerie druk ik op de taptoets: ‘Beantwoorden’.
- “Mevrouw, na lang overleg tussen mezelf en mijn echtgenote die net als ikzelf job matig een zekere deontologische code moet respecteren zal ik helaas weigeren om mee te werken met het soort programma’s waar Man bijt hond voor staat. Ik weet wel dat de meeste televisiekijkers er hopeloos naar streven om ooit in hun soms nogal kleurloze bestaan dat ene ogenblik bekendheid, herkenbaarheid en eeuwige roem te verwerven. In het voorgestelde format: in nauwelijks 3 minuutjes! Dat ze daarvoor bereid zijn om zich hopeloos te laten belachelijk maken. Dat hun stunteligheid meestal wordt uitgebuit om het nog een beetje geestiger weer te geven. Dat ik dergelijke programma’s eigenlijk dezelfde waarde toeken als: ‘Vakantieruil’,’Tienerruil’, ‘Robinson eiland’, ‘Beste Bed and Breakfast’ en het ultieme, eventjes lekker elkaar vernederen misbaksel, ‘Komen Eten!’ Zet een anders seksueel georiënteerde mens samen met een vent in een relatiecrisis, een overjaarse stoeipoes met dikke tieten en een gastvrouw die nog geen ei kan frituren samen in een huiskamer. Laat het aperitief mislukken, stop enkele dildo’s weg in de slaapkamer en als plots blijkt dat één van de gasten eigenlijk veganist is dan kan de lol niet meer op als het duur stuk angus beef seignant voor zijn neus wordt gezet.” En, ik ben Canvaskijker!-
“Neen, mevrouw!” besluit ik mijn mailtje! “ Als ik echt mezelf zo nodig wil belachelijk maken, voor de gek houden dan beslis ik zelf wel waar, wanneer en met wie; desnoods met de Touaregs in de Sahara!” En, daarenboven ooit op een gelijkaardig telefonisch verzoek een verslag over de reisbestemming Oman goed voorbereid, uitgevoerd en later het trieste zwakke afgewerkte product gelezen. ‘k Had het eigenlijk kunnen weten. ’t Was voor de ‘Flair’!”
Michel ACKAERT, Timboektoe, 2011
14:11
Gepost door michel ackaert
in Actualiteit, Vrije tijd |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: man bijt hond, soap, televisie, komen eten, flair, sahara, touareg, cave canem |
Facebook
|